Cultureel erfgoed
In heel wat beschermde landschappen is het watersysteem uitgesproken aanwezig, zoals in de valleigebieden en brongebieden. In deze gebieden gelden voor het watersysteem beschermende maatregelen inzake reliëf, waterhuishouding en hydrografie.
Beschermde landschappen gekenmerkt door een specifieke hydrografie zijn aanwezig langs de Leie (Leievallei tussen Ooigem en Bavikhove, de Leiemeersen), de Zuid-Westvlaamse heuvels (Rodeberg, Kemmelberg-Monteberg) en de heuvelrug in het zuiden van het Leiebekken die de grens met het Bovenscheldebekken vormt (Schelde-Leie interfluvium).
Bijzonder in het Leiebekken zijn de vele elementen die getuige zijn van het de vlasindustrie langs de Leie. Voorbeelden hiervan zijn de Vlasroterij in Harelbeke, verscheidene vlasfabrieken en vlasserswoningen in onder andere Kuurne. De Leie en haar zijwaterlopen speelden een belangrijke rol in deze vlasnijverheid. De waterlopen werden gebruikt voor het roten. De plant werd aan stromend water blootgesteld en zo konden de vezels loskomen. In de eerste helft van de 20ste eeuw vond zowat alle vlasnijverheid van Belgie in de Leiestreek plaats. De glans in de Leie door het gerote vlas en de economische activiteiten gaven het de letterlijke en figuurlijke bijnaam de Gouden Rivier.
De kanalen in het Leiebekken kennen een rijke geschiedenis en men vindt her en der beschermde sluisconstructies (de Drietrapssluis tussen de Leie en het kanaal Roeselare-Leie), bruggen, veerponden, de stuwen (bv. op het kanaal Kortrijk-Bossuit in Kortrijk), … .
Naast dit landschappelijk of bouwkundig erfgoed is en was de Leie een bron van inspiratie voor schilders, dichters - Émile Verhaeren -, schrijvers,… Leieschilders zoals Emile Claus, de gebroeders De Smet, Valeer De Saedeleer, Constant Permeke, Gustave van de Woestijne en de Latemse school maakten de Leie door hun werken bekend tot ver over de landsgrenzen.