Vlaanderen integraalwaterbeleid.be

visie

Het kanaal Plassendale-Nieuwpoort heeft een slechte biologische kwaliteit omwille van het bijna ontbreken van macro-invertebraten.

Het kanaal Plassendale-Nieuwpoort heeft een slechte biologische kwaliteit omwille van het bijna ontbreken van macro-invertebraten. Vissen hebben wel een matige toestand. Dat is ook te zien in de Moerdijkvaart en Oudenburgs Vaartje die er in afwateren. Op het Oudenburgsvaartje in Oudenburg deed zich in 2020 een incident voor met vissterfte tot gevolg. Ook in het Graningatevliet kwam al vissterfte voor.

Voor dit kanaal vormt de geleidbaarheid de voorbije droge zomers een aandachtspunt aangezien uit dit kanaal de Middenkustpolder kan bevloeid worden. De geleidbaarheid wordt daarom continu opgevolgd en op basis daarvan wordt een aangepast waterbeheer gevoerd afgestemd op weersvoorspellingen en grondwaterpeilen. De parameters stikstof en fosfor scoren matig. Het aandeel in de vuilvracht voor zowel stikstof (78%)  als fosfor (85%) wordt toegeschreven aan de sector landbouw. Dit ligt in de lijn met het grootste afwateringsgebied, de Moerdijkvaart. Het is dan ook in dit afstroomgebied dat aan een verbetering van de fysico-chemische toestand zal gewerkt worden.

In Slijpe is de bouw van een KWZI gepland waarvan het effluent zal lozen op het Slijpeduikergeleed. Het aandeel huishoudelijke vuilvracht voor stikstof en fosfor dat daarmee zal gezuiverd worden is beperkt ten opzichte van het te reduceren aandeel voor de sector landbouw voor deze stoffen. Het aandeel voor vuilvracht CZV is wel groot (96%).

Het afstroomgebied van de Vladslovaart strekt zich van zuid naar noord uit evenwijdig met de IJzer en watert het gebied af tussen Vladslo en Nieuwpoort.

Het afstroomgebied van het Ieperleed ligt evenwijdig met de kustlijn en watert het gebied af tussen Raverszijde en Nieuwpoort.

Het Oostends krekengebied is meer versnipperd en wordt grotendeels ontwaterd door het Provinciegeleed en Kamerlingsgeleed/Gauwelozekreek naar de havengeul in Oostende.

Deze brakke polderwaterlopen hebben een slechte biologische toestand. Deze is vooral te wijten aan het bijna ontbreken van macrofyten (waterplanten). Macro-invertebraten en vis hebben een ontoereikende (Vladslovaart, Ieperleed) of matige (Oostends krekengebied) toestand.

Op vlak van fysico-chemie is het de parameter fosfor die nog in te hoge waarden (> 1 μg/l) voorkomt. Deze is een bepalende factor voor het soort waterplanten voorkomen in de waterlopen. Bij een overmaat wordt vaak algenbloei vastgesteld. Zuurstof en stikstof zijn in een goede toestand, behalve voor het Oostends krekengebied met een matige toestand voor deze parameters.

Tijdens lange droge perioden neemt de geleidbaarheid in de polderwaterlopen snel toe. De hoogste waarden worden opgemeten in het Ieperleed en het Reygaersvliet. Het ondiepe grondwater is er zout en komt relatief dicht tegen de oppervlakte voor. Tijdens lange droge perioden kwelt dit zoute water naar de oppervlakte. Om dit effect tegen te gaan kan langer een hoger waterpeil aangehouden worden.

Het aandeel in de vuilvracht voor stikstof is grotendeels (89% Vladslovaart, 63% Ieperleed, 71% Oostends krekengebied) van de sector landbouw. Ook voor fosfor heeft de sector landbouw het grootste aandeel (85% Vladslovaart, 92% Ieperleed, 85% Oostends krekengebied) in de totale vuilvracht in dit afstroomgebied. Huishoudens hebben het grootste aandeel (95% Vladslovaart, 90% Ieperleed, 92% Oostends krekengebied) in de vuilvracht voor chemisch zuurstofverbruik (CZV).

Om een antwoord te bieden op de slechte fysico-chemische toestand wordt het generiek beleid voor optimale bemesting en uitbouw en optimalisatie van de saneringsinfractructuur verder gezet.

In dit afstroomgebied komen nog vaak incidenten voor, zoals lozing van erfsappen op het Spermaliegeleed in Middelkerke (afstroomgebied Vladslovaart), lozing van mest- of erfsappen op een zijgracht van het Slijpebruggeleed in Leffinge (afstroomgebied Oostends krekengebied) of invloed van overstortwerking op het Graningatevliet (afstroomgebied Ieperleed) of op de Doornhoekbeek (afstroomgebied Oostends krekengebied). De oorzaken worden opgespoord en structurele problemen worden aangepakt.

Binnen het afstroomgebied van de Vladslovaart liggen de kleinere woonkernen Beerst, Keiem, Leke, Schore en Mannekensvere. De kustgemeenten Middelkerke, Westende, Lombardsijde liggen in het afstroomgebied van het Ieperleed. En in het Oostends krekengebied ligt een groot deel van het stedelijk gebied van Oostende en de kleinere kernen Gistel, Oudenburg en Zandvoorde.

Het kustgebied heeft een hoge zuiveringsgraad (ca. 90%). Dit betekent dat al veel huishoudens op de riolering zijn aangesloten en de nadruk vooral ligt op optimalisatie van de riolering, zoals verminderen van de overstortwerking. In het zuiveringsgebied van Woumen ligt de zuiveringsgraad een stuk lager (ca. 50%) en moeten nog verschillende woningen uit Keiem, Beerst, Leke, Vladslo op de riolering aangesloten worden. Het huishoudelijk afvalwater wordt grotendeels naar de RWZI’s Oostende en Woumen gevoerd. Daarnaast wordt het huishoudelijk afvalwater binnen het afstroomgebied gezuiverd in de KWZI’s Mannekensvere (gepland), Schore, Sint-Pieterskapelle (gepland). Het aandeel huishoudens dat moet voorzien in een individuele behandeling van hun afvalwater is beperkt. Voor een goede ontwikkeling van de watergebonden natuurdoeltypen in het natuurinrichtingsproject Schuddebeurze is een goede waterkwaliteit van de Schuddebeurzebeek vereist. Daartoe wordt de werking van het overstort verminderd en wordt het huishoudelijk afvalwater aangesloten op de riolering. Specifieke aandacht is ook nodig voor seizoensgebonden overstortwerking vanuit de toeristische badsteden wegens invloed op de kwaliteit van het kustwater en de tijdelijk hogere vraag naar drinkwater.

Ook aan een verbetering van de hydromorfologische toestand is nog werk te doen. In dit oostelijke poldergebied komen nog verschillende vismigratieknelpunten voor. Het zijn pompgemalen, schuiven en stuwen die visvriendelijk moeten gemaakt worden. De structuurkwaliteit is vooral voor de Vladslovaart aan verbetering toe. De toestand voor deze waterloop is ontoereikend. Voor Provinciegeleed, Kamerlingsgeleed en Gauwelozekreek is de toestand matig.

Om de schade van wateroverlast en watertekort te minimaliseren is het volledige netwerk van polderwaterlopen belangrijk voor de opvang en berging van hemelwater. De bergingsmogelijkheden kunnen geoptimaliseerd worden door herwaardering van het lokaal grachtenstelsel (open houden of terug open maken van grachten) en een aangepast peilbeheer. Het ganse gebied is laag gelegen ten opzichte van het normaal zeepeil. De lozing van het poldergebied (via Nieuwpoort of via Oostende) verdient bijzondere aandacht zowel in de context van het peilbeheer van de kustpolders als in de context van de zeespiegelstijging en de kustveiligheid.

Om watertekort te voorkomen moeten de kustgemeenten sterk inzetten op het vrijwaren van infiltratiegebieden en op ontharden van de kuststrook.

In de duinen moet het hemelwater maximaal kunnen infiltreren en vertraagd afgevoerd worden naar zee. Het vlaggenschip project “Duinencomplex” voorziet hiervoor in ondersteuning en coördinatie.

 

Raadpleeg de gegevens over druk & impact, milieudoelstellingen, reductiedoelen & afwijkingen en beoordeling in de waterlichaamfiches VL05_14 - VLADSLOVAART, VL05_6 - IEPERLEED, VL11_19 - OOSTENDS KREKENGEBIED, VL17_168 - KANAAL PLASSENDALE-NIEUWPOORT.

Integraalwaterbeleid.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

De Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) is een overlegplatform van de diverse beleidsdomeinen en bestuursniveaus die bij het waterbeleid betrokken zijn. Ook waterbedrijven nemen deel aan het overleg. Deze samenwerking zorgt voor een gecoördineerde en geïntegreerde aanpak van het waterbeleid en waterbeheer in Vlaanderen.